Nederbeat - A-Z index

   Johnny and his Cellar Rockers
Amsterdam, Holland

Aart Brouwer - Zang (eind 1963/begin 1964)

Jan Akkerman - Gitaar

Paul Hubert - Gitaar

Wilfred Arends - Bas

Sidney Wachtel - Drums

 

Op Kerstavond 24 december 1946 werd Jan Akkerman in de Amsterdamse Jordaan geboren als zoon van Jacob Akkerman. Vader Akkerman dreef op het Waterlooplein een handel in oude metalen. Zijn vader en moeder, in de volksmond 'ome Jaap' en tante Ger' genoemd, gaven hem toen hij vier jaar was een accordeon en hij kreeg zijn eerste muzieklessen in de Jordaan van Fred Roozendaal. De familie Akkerman streek na een korte omzwerving neer in Amsterdam-Oost, eerst in de Tweede van Swindenstraat en later in de Transvaalstraat, maar nadat hij daar op z’n achtste jaar een prijs gewonnen had met het nummer Circus Renz op een accordeonfestival, viel zijn blik op de gitaar en een jaar of wat later had de accordeon plaats gemaakt voor dit nieuwe instrument. Hij kocht zelf een oude gitaar voor een hele joet (tien gulden) op het Waterlooplein. Met een stuk glas alles afgekrabt en vervolgens knalgeel geverfd en met een kaars een tijgerstreep erop gemaakt. Taplo, de violist van het zigeunerorkest Tata Mirando, woonde om de hoek en zat net als zijn vader in de handel (auto's en zo). Via hem maakte Jan ook al vroeg kennis met Django en de zigeunermuziek.

 

In de zomer van 1958 leert Jan Akkerman in de "Indische Buurt"(Amsterdam-Oost) een aantal muzikale vrienden kennen. Ze ontmoetten elkaar bij 'Paaltje 3', een open veldje onder aan de dijk langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Ze brachten hun instrumenten mee. De eerste keren kwam Jan Akkerman nog met zijn accordeon en hij had nog accordeonles bij een zekere mijnheer De Haan. Piet Steenman had zich als zanger bij de jongerenkliek onder aan de dijk gevoegd en geïnspireerd door het reeds bestaande bandje The Shakin' Hearts besloot hij met een aantal van zijn vrienden een groep op te richten onder de naam The Friendship Sextet. Wim Hoekstra werd de 1e gitarist in de band en samen met zijn vriend Charles Pater ( The Mystics) heeft hij Jan Akkerman heel wat accoorden, grepen en solootjes aangeleerd. Jan Akkerman speelde eerst op een Spaanse gitaar van Italiaanse makelij, maar kreeg al snel een Roger gitaar met opbouw electrisch gitaarelement van zijn oom tot zijn beschikking. Zijn eerste Höfner gitaar was een groot akoestisch exemplaar met opbouw gitaarelement, daarna volgde een een semi-akoestische Höfner 128. Jan speelde later ook basgitaar op een zelfbouw "starbas", die hij uit een tafelblad had gezaagd. Tante Ger (ma Akkerman) maakte de mooie gestreepte costuums voor de 'Friendships'. Het repertoire bestond voornamelijk uit nummers van Bill Haley, Fats Domino, The Everly Brothers (was Jan Akkerman gek van) en Elvis. Vooral met Kom van dat dak af van Peter & zijn Rockets hadden ze veel succes. Met Jan ter Bruggen hamerend op de piano, terwijl Wim ter Bruggen met zijn scheurende sax op de piano van zijn broertje sprong.

 

Een van hun alleereerste optredens vond plaats tijdens het Jordaan Cabaret. De ouders van Jan Akkerman organiseerden samen met Piet Steenman diverse 'teenagershows, die o.a. in het 'Bavohuis', 'Van Nispenhuis', 'Singer' (Laren), 'Hof van Holland' (Naarden) en Jachthaven Robinson werden georganiseerd. Ze deden ook mee aan de talentenjacht "De Oprechte Amateur" georganiseerd door de AVRO en een talentenjacht van platenmaatschappij Polydor. Erik van Eldik & The Shakin' Hearts kwamen hier als winnaars uit de bus en mochten een plaat opnemen.

 

Medio 1960 stapte Jan uit de Friendships, omdat hij een hekel had aan basgitaar spelen en liever alleen nog gitaarmuziek wilde spelen. Goos de Boer (ex- The Shakin' Hearts) volgde hem op. Nog dat jaar viel de band uiteen en gingen een aantal jongens verder met zanger Henny Oudijk als Little Henny & The Shakin' Boys. 

 

Eind 1960 wilde Jan Akkerman geïnspireerd door de The Shadows en de Nederlandse Indo-Rock bandjes vooral gitaarmuziek maken en dan wel met een 'eigen' groep. De familie Akkerman had een kelder onder het huis en hier begon Jan met zijn nieuwe formatie te oefenen. De groepsnaam lag voor de hand: "Johnny & his Cellar Rockers". Naast het beschikbaar stellen van de kelder en huis als oefenruimte kochten de ouders van Jan de apparatuur en fungeerde tante Ger als manager, terwijl ome Jaap steeds als chauffeur en (mede) organisator actief was voor de Cellar Rockers. Jan's jongste broertje 'Cocky' (Jacob jr.) was ook altijd aanwezig tijdens de beginjaren van de band. Pierre van der Linden, afkomstig uit het Oosterpark in Amsterdam, werd geboren als zoon van Ab van der Linden (organistor en entertainer, bekend als Clown Flappie ). Aanvankelijk kreeg hij een klassieke opleiding van Louis Heren, slagwerker/paukenist van de Nederlandse Opera, maar hij schakelde al vrij snel over op rock en jazz. Begin 1961 nam hij de plaats in van drummer Paul Zwikker. Hij kreeg het drumstel van de familie Akkerman tot zijn beschikking, want een eigen kit had hij als 14-jarige toen nog niet.

 

Op 25 juni 1961 verschenen The Cellar Rockers met zanger John Russsell op TV. Zij behaalden de 3e prijs van de finale bij de Teenager Muziek Parade van de VARA-televisie. De 1e gedeelde prijs ging naar The Hurricane Strings uit Rotterdam en The Javelins uit Vlissingen. In de jury zaten Peter Koelewijn, Guus Jansen jr. en Co de Kloet.

 

Jan Akkerman had het klassieke nummer Melody in F (major, Opus 3, No.1 - 1852) van Anton Rubinstein bewerkt tot gitaarrock als Melody in F - Rock. De opname van Melody in Rock (bewerking Rein de Vries) van The Rockin' Sensation Boys uit 1961 was zijn inspiratiebron. De Cellar Rockers trokken met dit nummer en andere instrumentals de aandacht van Jan de Winter, labelmanager van Decca en Fontana bij Phonogram. Hij bood de jonge talenten een platencontract aan bij Decca. De opnamen vonden plaats in de zomer van 1961. Jan Akkerman, toen 14 jaar oud, speelde met verve de fantastische solopartij van het genoemde Melody in F-Rock, op zijn nieuwe Italiaanse EKO 400 (Ekomaster) gitaar met 4-elementen. Voor de A-kant werd Theme from Exodus in de studio vastgelegd. De soundtrack van de film "Exodus" leverde componist Ernest Gold een Oscar op in 1960. Er verschenen tientallen uitvoering van Exodus op de platenmarkt. De grootste verkoop was weggelegd voor het soft piano duo Ferrante & Teicher en ze bereikten in 1960 de 2e plaats in de Amerikaanse Top 100. Phonogram had zoveel vertrouwen in de hitpotentie van dit nummer dat zij zelfs 2 verschillende versies van gitaargroepen uitbrachten. Naast die van Johnny & his Cellar Rockers (Jan Akkerman speelde het luid en met gevoel) tevens een cover van The Jumping Jewels, die het erg vlak en zonder enige dramatische expressie speelden.

 

In het najaar van 1961 werd in de studio de single "Hits in Rock Part 1 & 2" opgenomen. Het was een medley met een gitaarbewerking van een aantal hits van dat moment: Non je ne regrette rien / Surrender / Tommy uit Tennessee // Wheels / Pepe / Are you sure. Aanstekelijk gespeeld door Jan Akkerman en zijn jonge muzikale vrienden.

 

Eind 1961 waren ze weer in de studio om Wanda Aubrey, de dochter van George de Fretes en Wanda Aubrey, te begeleiden op haar twist single: Let's twist again / Shall we twist. Een pittige produktie met prima zang van Wanda en schitterende gitaarsoli van Jan Akkerman. In de eerste helft van 1962 ruilde Jan zijn Eko gitaar in voor een Burns Vibra-Artist gitaar, maar daarvoor had hij nog zijn Höfner 128 opnieuw ter hand genomen. Jan gebruikte als versterker een uniek rood Dynacord Combo met ingebouwde Echocord.

 

In juli 1962 begon Pierre van der Linden aan zijn muzikale omzwervingen als drummer van diverse groepen en acts. Zijn eerste uitdaging vond hij als drummer van The Mystics met Charles Pater een van de 'leermeesters' van Jan Akkerman op sologitaar. Een jaar later kon hij als beroepsmuzikant aan de slag bij ZZ & De Maskers. Medio 1964 hield hij het ook bij de Maskers voor gezien. Pianist Hans Kuyt verdween eveneens uit de bezetting van de Cellar Rockers.

 

Sidney Wachtel nam de drumstokken over. Zijn vader was een een professionele drummer, die o.a. bij The Skymasters en andere big bands actief was. De familie Wachtel woonde in Naarden en toen Sidney gevraagd werd bij de Cellar Rockers speelde hij bij The Errand Boys uit Naarden.

 

Sidney kreeg zijn vuurdoop in de studio tijdens de opname van de single: Blue Tango / Una Aventura Mas.Bij die opname was een volledig orkest o.l.v. Ger Daalhuizen met zingende en soms tokkelende violen aanwezig. Blue Tango van Leroy Anderson, een instrumental met een combinatie van latin beat en blues patronen, was de best verkochte plaat in 1952. Uiteraard werd het door tientallen orkesten opgenomen, maar vanaf 1960 werd Blue Tango ook uitgevoerd door instrumentale rock groepen. Zoals Bill Black's Combo, The Ventures en The Flee-Rekkers. De prachtige bolero Una aventura mas werd in 1951 in Argentinië opgenomen door het Trio Melodias. Zanger, gitarist en componist Oscar Kinleiner maakte hier samen met zijn vrouw Elbita en Hector Santos deel van uit. Later dat jaar werd het ook nog opgenomen door The Black Arrows onder de titel The Big Adventure.

 

Jan speelde tijdens de opnamen op zijn Burns Vibra-Artist gitaar. Gelijktijdig werden de eigen composities Namrekka (Akkerman andersom!) en Bonzo van Jan Akkerman opgenomen. Beide nummers hadden helemaal de stijl en tremolosound van The Shadows. De aangekondigde single werd echter nooit uitgebracht! Wel verschenen beide nummers begin 1963 op de EP 'Blue Tango'. Op het hoesje staat trouwens nog de oude bezetting met Pierre van der Linden en Hans Kuyt afgebeeld.

 

In 1963 is het lang stil rond de groep in de media en op platengebied. Op Hemelvaartsdag 23 mei 1963 stonden ze samen met o.a. Rob de Nijs & The Lords in het voorprogramma van Vince Taylor op het Teenager Blokker Festival. Tijdens de zomervakantie vertrokken de nog leerplichtige tieners op 'tournee' naar het buitenland. Pa Akkerman was chauffeur van het Volkswagen busje, net zo'n busje als "Johnny & The Hurricanes" hadden, dus met grote letters hun groepsnaam erop geschilderd. Ma Akkerman ging mee op het vakantiereisje als manager. Er werd opgetreden in het Duitse Wuppertal in "Gaststätte Zur Brücke" en in een dancing in Oostenrijk.

 

Bassist Cor Engelsma en slaggitarist Jan Burgers verlieten daarna de Cellar Rockers. In het najaar van 1963 werden Jan Akkerman en Sidney Wachtel benaderd door danser/cabaretier/zanger Aart Brouwer en ontstond een nieuwe bezetting van de Cellar Rockers met bassist Wilfred Arends en slaggitarist Paul Hubert. Aart Brouwer begon aanvankelijk zijn pop act in de zomer van 1963 met de Amsterdamse gitaargroep Les Sylvains. Deze band haakte echter af. Aart Brouwer uit Amsterdam was in de 1950-er jaren een danser bij het Scapino Ballet en kwam daarna terecht in het revue-café "Saint-Germain-des-Prés" van Tom Manders (Dorus), Leidseplein Cabaret en later als danser/acteur in de "Snip en Snap Revue" van Sleeswijk. Hij werd 'aangever' in diverse cabaret sketches en maakte als solozanger (ook onder de naam Art Brewer) in de periode 1961- 1962 drie singles.

Ibrahim / Pasha Hassan (Omega 1961)

Pokey / Cookey (Tivoli 1962)

Run around Sue / The third one (Tivoli 1962)

 

Op 1 oktober 1963 verscheen op het Philips label de plaat Vies / Hé, pssst...! van Aart Brouwer with Johnny & his Cellar Rockers. Vies is een cover van het nummer A Wondrous Place. Het origineel werd vertolkt door Jimmy Jones in 1960 en Billy Fury scoorde er in 1960 een hit mee in Engeland. De eigenaardige tekst was van Aart Brouwer. Hij schreef ook de onheilspellende tekst Hé, pssst...! voor de B-kant, een bewerking van de instrumental Jack the Ripper van Link Wray. Beide nummers zijn kwa sfeer enigzins te vergelijken metDracula van ZZ en de Maskers, wat overigens pas een maand later werd opgenomen! Op beide kanten kon Jan Akkerman zich op zijn Fender Stratocaster uitleven. De single en de act van Aart Brouwer & The Cellar Rockers kreeg behoorlijk wat publiciteit en als klap op de vuurpijl werd er door de AVRO-televisie op zaterdagmiddag 2 november 1963 een twintig minuten durend programma van de formatie uitgezonden. Hierin werden de navolgende nummers gespeeld: A Picture Of You / Sukiyaki /Six Days On The Road / Jenny / Vies / Hé, pssst...! / Scarlett O'Hara

 

Begin 1964 werd de samenwerking met Aart Brouwer gestaakt en besloten de Cellar Rockers zich meer te gaan toeleggen op de beatmuziek, die vanuit Engeland ook in ons land was binnengedrongen. In het fanclubblad dat overigens slechts eenmaal verscheen in januari 1964 had Jan Akkerman al laten weten dat The Beatles, naast Cliff Richard & The Shadows, tot zijn favoriete artiesten behoorden. Jan Akkerman had ondertussen zijn Fender Stratocaster ingeruild voor een Burns Split Sonic gitaar. Jan hield wel van de sound van de Stratocaster, maar niet van de gitaar, vanwege de plaatsing van de knoppen. In mei 1964 werd het nummer All my Loving opgenomen, dat stond op LP "With The Beatles". Het werd in grote haast opgenomen, omdat men wist dat de Beatles-versie ook op single zou verschijnen. Waarschijnlijk werd de titel wegens problemen met de rechten gewijzigd in Close Your Eyes. Ook bij de Cellar Rockers werd de zang voor rekening genomen door John (= Jan Akkerman) en Paul (Hubert). Het was een zwakke uitvoering, evenals trouwens Be-Bop-A-Lula op de B-kant. Ze bereikten de hitparade in juni 1964, maar alleen het origineel van de Beatles kwam moeiteloos de top-10 binnen.

 

Evenals het jaar daarvoor ging het viertal tijdens hun schoolvakantie weer op 'toernee' naar het buitenland. Op 28 juni 1964 werd weer met succes opgetreden in "Gaststätte Zur Brücke" (Wuppertal) en in een bomvolle zaal in Oostenrijk. Er reisden ook wat fans en vrienden mee, waaronder Tom Poederbach. Samen schreven ze de nummers voor de volgende single: I Love you (Yes I do) en Why. Beide nummers werden eind 1964 opgenomen en uitgebracht. Helaas werden beide opnamen 'verziekt' door een mix met een koortje krijsende fans. Zowel Jan Akkerman als Paul Hubert waren toen trotse bezitters van een Gretsch gitaar.

 

Eerder dat jaar was de groep nog in de studio actief geweest met de begeleiding van The Blue Diamonds voor hun single: The Banana Boat Song / Show Me The Way To Go Home (met een opvallende solo van een zeer op dreef zijn de Jan Akkerman) en een plaat van Trea Dobbs (Hi-Lili, Hi-Lo / Altijd Zal Het Zomer zijn). Alles met medewerking van een koor en orkest o.l.v. Jack Bulterman. De vier nummers kwam ook op de LP "5 Seconden van Woef" terecht. Op deze LP werd er een zogenaamd live registratie van gemaakt met korte aankondigingen van Herman Stok en joelende fans. Samen met het koor en orkest o.l.v. Ger Daalhuizen verleenden de Cellar Rockers waarschijnlijk gelijktijdig met de opname van hun laatste single tevens ook medewerking aan de debuutsingle van Karin Kent: Als Ik Een Jongen Was (Wenn Ich Ein Junge Wär) / Loop Nou Niet Weg (Do you really love me too - Fool's errand)

 

Begin 1965 vond men de naam Johnny & his Cellar Rockers te oudbollig klinken en werd de groepsnaam gewijzigd in THE HUNTERS. Hoewel de singles van The Hunters (1965-1968) door verzamelaars op prijs worden gesteld werd de kwaliteit van het geheel - Russian Spy and I uitgezonderd - minder bevonden. 

Jaar Titel
1962 Blue tango / Una aventura mas
Johnny and his Cellar Rockers
1964 Close your eyes / Be-bop A-lula
Johnny and his Cellar Rockers
1965 I love you (Yes I do) / Why
Johnny and his Cellar Rockers